12 juli 2016

De schatten van mijn jeugd

    In mijn vorige blog schreef ik dat ik van ‘eilandbewoner’ een ‘bootje’ ben geworden, waarmee ik niet alleen op mijn ‘eigen’ eiland kan aanmeren, maar ook op andere eilanden. Ik vertelde dat ik op elk eiland schatten ontdek en beloofde deze keer iets te vertellen over de schatten die ik meekreeg van het eiland waarop ik ben opgegroeid.
    Nestgeur
    Over het eiland van mijn jeugd waait een orthodox gereformeerde bries die alles doordringt met zijn specifieke geur. Hoewel ik deze geur zelf niet meer bij me draag, herken ik hem nog altijd als ‘thuis’. Het is mijn ‘nestgeur’ die, wanneer het mijn bewustzijn binnendringt, flarden van herinneringen doet opleven.
    Ik zie mezelf als meisje van een jaar of zes, op zaterdagavond, na de wekelijkse douchebeurt, met mijn blote voetjes en in nachtpon naast mijn moeder op het grote bed zitten. Ik moet heel stil zitten, want mama knipt mijn nagels. Morgen gaan we twee keer naar de kerk en dan moeten we er netjes uitzien en fris ruiken. Mama moet alle zondagse kleren nog strijken. Beneden aan tafel poetst mijn vader onze schoenen. De boodschappen zijn in huis en het huis is aan kant. De zondag is een rustdag en een feestdag. Mama zegt dat ze echt zin heeft om naar de kerk te gaan.
    Als mijn nagels zijn geknipt, kniel ik voor het bed, samen met mijn zusjes. We zingen samen met mama vier coupletten van het avondgebedje ‘Ik ga slapen, ik ben moe’.
    Omdat ik niet tegelijk met de kleintjes naar bed hoef, mag ik daarna nog heel even naar beneden. Als ik maar zorg dat ik schoon blijf. In de kamer is het lekker warm. Het ruikt naar schoensmeer en versgebakken cake.
    1468329351042
    Diamanten
    Mijn herinneringen zijn levendig. Ik zie mezelf ademloos luisteren naar de verhalen uit de kinderbijbel. Ik hoor hoe we samen psalmen zingen aan tafel. Hoe er voor en na het eten hardop gebeden wordt en uit de bijbel wordt gelezen door mijn vader. Ik moest heel stil zijn en goed luisteren. Mijn ouders hebben erg hun best gedaan om mij te leren wie God is en hoe goed het leven is als je bij Jezus hoort. Het was volgens hen van levensbelang om in dit leven voor Jezus te kiezen, omdat je anders voor eeuwig verloren zou gaan.
    Ze leerden me dat ik een zondig hartje had en dat Jezus dat weer helemaal schoon had gemaakt door aan het kruis voor mijn ‘zonden’ te sterven. Ze vertelden dat God een schoon hartje ziet als hij naar mij kijkt, alleen maar omdat Jezus mijn redder is. Het besef dat ik schuldig ben en het geloof dat er voor mijn schuld is betaald, was voor mijn ouders het aller-, allerbelangrijkste dat ze me konden meegeven. Kostbaarder nog dan diamanten.
    Liefde
    Wat hebben ze veel tijd en energie gestoken in het vertellen over en voorleven van hun christen zijn! Ze hebben me het beste gegeven van wat ze kenden en konden. Met alle liefde hebben ze mij gebracht tot aan de poorten van hun hemel. En het doet hen groot verdriet dat ik nu met mijn blote moddervoeten totaal ergens anders aan het rondstruinen ben. Het kostbaarste dat ze me gaven, heeft voor mij niet dezelfde waarde als het voor hen heeft.
    En toch koester ik diep in mij een kostbare schat, die ik van mijn ouders heb gekregen. Het ontroert me, als ik denk aan hun toewijding, hun hoop en hun verdriet. Het ontroert me, dat ik keer op keer ervaar hoeveel ze voor me over hebben.
    Het meest kostbare dat ik van mijn ouders kreeg en krijg is hun liefde.